Jonge gezinnen in de stad houden, blijft een permanente uitdaging

Door Peter Wouters op 22 maart 2018, over deze onderwerpen: Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid

Half maart verschenen er in verscheidene mediaberichten over dat jonge mensen de stad uit trekken van zodra ze aan een gezin starten. Vaak blijven ze na hun studententijd nog een eventjes in de stad hangen, maar wanneer ze zich willen settelen, trekken ze naar de randgemeenten. Vlaams volksvertegenwoordiger Peter Wouters stelde hierover een vraag in de commissie Stedenbeleid van het Vlaams Parlement.

Is er een stadsvlucht?

In de media lazen we dat van alle jonge Antwerpse gezinnen ruim 22 procent binnen de vijf jaar wegtrekt uit de stad. Ook in Gent trokken ongeveer vierduizend 30- tot 34-jarigen weg. Peter Wouters vroeg bevoegd minister Homans of deze cijfers kloppen en of er een algemene tendens in vast te stellen is. De minister antwoordde dat er toch enige nuance aan de dag gelegd dient te worden bij de cijfers. Zo wordt vaak de indicator van “netto interne uitwijking” gehanteerd. “Dat is de migratie van de stad naar andere gemeenten verminderd met de migratie van andere gemeenten naar de stad”, lichtte minister Homans toe. Met andere woorden worden daar bijvoorbeeld de jongvolwassenen die zich in de stad settelen vooraleer ze een gezin stichten en daar blijven niet opgenomen in deze cijfers.

Wat kunnen we doen?

“Toch is verdere monitoring nodig. Maar jonge gezinnen en stadsvlucht zijn en blijven een complex gegeven, waarbij verschillende indicatoren meespelen zoals vastgoedprijzen, beschikbare voorzieningen, sociologische factoren, enzoverder. Eigenlijk is stedenbeleid een horizontale bevoegdheid, waar iedereen zijn of haar steentje moet toe bijdragen”, vertelt Peter Wouters. “Toen ik vroeger naar school ging, ging men met de bus naar de stad om daar naar school te gaan. Nu zien we regelmatig het omgekeerde: volle bussen met jongeren die naar meer landelijke gebieden naar school gaan. Dit om maar aan te tonen dat het een heel complex gegeven is, dat ook nog eens constant in verandering is.”

De minister antwoordde dat op haar initiatief het Steunpunt Bestuurlijke Vernieuwing een studie heeft opgestart naar stadsregionale bestuursvormen. Daarin zal men de verschillende scenario’s uitwerken en analyseren, gaande van feitelijke bestuurlijke ingrepen zoals een fusie naar minder verregaande alternatieven zoals meer projectmatig samenwerken in stadsregionale netwerken.  

Het thema zal ongetwijfeld verder opgevolgd worden in de commissie Stedenbeleid.

Het verslag van de commissie kan u hier lezen. U kan ook dit deel van de commissie hieronder herbekijken:

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is