De concrete aanbevelingen inzake een beleid tegen grensoverschrijdend gedrag

Door Peter Wouters op 4 juli 2018, over deze onderwerpen: Grensoverschrijdend Gedrag

Op 4 juli 2018 stemde de plenaire vergadering over de conclusies van de commissie grensoverschrijdend gedrag. Concreet ging het over 2 decreten en een resolutie met 12 aanbevelingen. 

Decreetswijziging voor de jeugd- en sportsector

Met de wijziging van de decreten met betrekking tot de jeugd- en sportsector zijn we blij dat het beleid, dat het voorbije jaar door ministers Muyters en Gatz werd ingevoerd inzake grensoverschrijdend gedrag, wordt verder gezet. De aanspreekpunten integriteit en het integriteitsbeleid bij de organisaties en verenigingen in de jeugd- en sportsector worden op deze manier op lange termijn verankerd. 

De volledige tekst kan u hier lezen. 

 

Decreet erkennings- en bemiddelingscommissie historisch misbruik

Al in 2014 steunden de N-VA’ers Lies Jans en Helga Stevens het voorstel van resolutie die voor de tijdelijke erkennings- en bemiddelingscommissie in jeugd- en onderwijsinstellingen zorgde. Vandaag zijn we tevreden dat we de commissie permanent kunnen maken en dat iedereen die in het verleden misbruikt is geweest er terecht zal kunnen. Want we mogen ook de slachtoffers uit het verleden niet vergeten. Ook zij kunnen er nood aan hebben om hun verhaal te kunnen doen, om erkend te worden als slachtoffer.

De volledige tekst kan u hier lezen.

 

Resolutie met 12 aanbevelingen voor de Vlaamse Regering

De 12 aanbevelingen op een rijtje:

  1. De lopende en geplande beleidsacties in het kader van de actieplannen voor de bevordering en bescherming van de fysieke, psychische en seksuele integriteit van de minderjarige in de jeugdhulp en de kinderopvang, het onderwijs, en de jeugd- en sportsector voort te zetten en daadkrachtig uit te voeren;
  2. Het Raamwerk Seksualiteit en Beleid, zoals dat al bestaat voor het onderwijs, de kinderopvang, het jeugdwerk, de integrale jeugdhulp en de sportsector, in overleg met de betrokken sectoren te evalueren en te verbeteren, en daarnaast te bekijken in welke mate er behoefte is aan een uitbreiding naar andere sectoren;
  3. Erover te waken dat ook de nieuwe eindtermen een voldoende versterking bieden aan seksuele en relationele vorming en ervoor te zorgen dat die aandacht ook blijkt uit de leerplannen van de onderwijsverstrekkers en de opvolging door de onderwijsinspectie, zodat in het leerplichtonderwijs die versterking van seksuele en relationele vorming vorm krijgt. Daarnaast wordt gevraagd om de dialoog aan te gaan met de instellingen van hoger onderwijs die de lerarenopleiding aanbieden, opdat leerkrachten verder of blijvend gevormd worden om met dit thema om te gaan;
  4. De verschillende instrumenten en tools in de verschillende beleidsdomeinen en velden verder in kaart te brengen, duurzaam te evalueren en bij te sturen, zoals Grenslijn momenteel doet, en daarnaast te stimuleren om die instrumenten en tools meer en beter in te zetten in de praktijk over verschillende beleidsdomeinen heen;
  5. Prioriteit te blijven geven aan de uitbreiding van zowel de bekendheid als de bereikbaarheid van 1712, nupraatikerover.be, Awel, CLBChat en Stop it now, zodat de toeleiding naar die hulplijnen en de doorverwijzing naar hulpverlening, en zo nodig naar hulpdiensten en politie, gemakkelijker worden onder andere door langere openingstijden, chatfuncties en, als dat relevant is, een betere zichtbaarheid van hulplijnen op websites van organisaties en verenigingen die gesubsidieerd worden door de Vlaamse overheid;
  6. Werk te maken van een performant registratiesysteem van meldingen van grensoverschrijdend gedrag, al dan niet onder de koepel van 1712, dat sectoroverschrijdend gebruikt kan worden en kan bijdragen aan beleidsevaluatie en verbetering;
  7. Verdere ondersteuning en opleiding te organiseren voor aanspreekpunten integriteit, zowel voor gesubsidieerde als niet-gesubsidieerde organisaties en verenigingen uit alle sectoren die daar behoefte aan hebben;
  8. De dialoog te blijven aangaan met de verschillende sectoren om te analyseren hoe de preventie en aanpak van grensoverschrijdend gedrag sterker uitgebouwd kan worden in het kwaliteitsbeleid van de organisaties en verenigingen, rekening houdend met de eigenheid van de sector, en die aanpak te evalueren en eventueel bijvoorbeeld op basis van een risicoanalyse bij te sturen;
  9. Bij de beoordeling van het label ‘kindvriendelijke steden en gemeenten’ aandacht te schenken aan het lokale beleid dat gericht is op de preventie en aanpak van grensoverschrijdend gedrag;
  10. In samenspraak met relevante actoren te onderzoeken of nieuws- en informatieberichtgeving over geweld op kinderen en jongeren en over misbruik van hen, of zelfs fictie waarin geweld ten aanzien van jongeren voorkomt, het voorwerp kunnen uitmaken van mediarichtlijnen over de vermelding van de hulplijn 1712, naar het voorbeeld van de richtlijnen over berichtgeving rond zelfdoding (1813);
  11. Het uittreksel van het strafregister 569-2, het model bestemd voor het uitoefenen van een activiteit in contact met minderjarigen (artikel 569, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering) te verplichten voor werknemers die in loondienst zijn of als zelfstandige werken én die een verantwoordelijkheid dragen over minderjarigen;
  12. De problematiek van grensoverschrijdend gedrag onder de aandacht te houden van politie en justitie, en in het bijzonder in te zetten op een actievere informatie-uitwisseling met de betrokken verenigingen en organisaties over lopende onderzoeken en veroordelingen inzake zedenfeiten door middel van onder andere het inzetten van contactmagistraten, zoals nu al in de onderwijssector gebeurt.

De volledige resolutie kan u hier lezen. 

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is